Fototips

Compositie

Over smaak valt te twisten. Toch wordt bij het bepalen van de compositie al eeuwenlang gebruik gemaakt van een hulpmiddel: de 'Gulden snede'. Verdeel hiervoor het beeld horizontaal en verticaal in drie gelijke stroken. De snijpunten en de lijnen zijn de punten waarop je moet letten. Plaats je hoofdonderwerp zoveel mogelijk op een van deze snijpunten of lijnen. Speel hiermee en plaats bij een landschapsfoto met een mooie lucht, de horizon eens op de onderste lijn. Bij een saaie grijze lucht plaats je de horizon op de bovenste lijn.

Bedenk vooraf wat je met de foto wilt vertellen

Vraag jezelf bij elke foto af wat je met de foto wil vertellen. Is het een moment, een gevoel, een verhaal? Als jij het niet weet zal de kijker het mogelijk ook niet begrijpen. Bedenk daarom, voor je de foto maakt, wat je de kijker met de foto wilt vertellen.

Hou het beeld simpel, minder is meer

Vaak ben je geneigd om zoveel mogelijk op een foto te laten zien. Door de veelheid aan objecten, kleuren, lijnen en andere zaken kan de kijker in verwarring raken. Hoe minder je op de foto laat zen, hoe duidelijker het voor de kijker is waar het eigenlijk om gaat.

Denk hierbij ook aan de achtergrond van je foto. Des te simpeler de achtergrond, des te duidelijker, helderder en scherper komt het onderwerp van je foto naar voren.

Horizon

Zeker bij landschapsfotografie is een kaarsrechte horizon belangrijk. Bij creatieve foto's kun je hier vanzelfsprekend van afwijken. Neem de tijd om hier goed op te letten. In het zoekerbeeld van de camera heb je vaak meetpunten waarop je de horizon kunt richten. Sommige camera's kunnen een raster over het zoekerbeeld leggen. Een derde mogelijkheid is om de horizon eerst op de onder- of bovenkant van het beeld te plaatsen en daarna de camera te kantelen totdat de horizon op de juiste plaats staat. Een vierde hulpmiddel om te richten is een waterpas op het statief. Zo weet je dat het statief in ieder geval horizontaal staat.
Mocht de horizon dan toch nog scheef staan dan kun je met sommige fotobewerkingsprogramma's de horizon alsnog rechtzetten. Het gaat dan wel altijd ten koste van een stukje van de foto.

Invulflits

Op de meeste camera's is een 'invulflits-functie' aanwezig. Deze gebruik je bijvoorbeeld om tegenlichtfoto's te maken. Zo wordt ook de persoon op de voorgrond herkenbaar. Zonder invulflits zou de persoon een donker silhouet vormen tegen de achtergrond. Ook kun je de functie gebruiken als je een foto wilt maken van iemand die in de (felle) zon staat. De camera voorkomt dat er een  schaduw op het gezicht wordt gefotografeerd.

Lijnenspel

Lijnen in een foto geven extra dynamiek en een gevoel van diepte. Dat kunnen lijnen zijn van of op een object maar ook van een weg, rij palen, horizon of hoogspaningslijnen. Door goed gebruik te maken van lijnen, kan je de ogen van de kijker door de foto leiden. Een beroepsfotograaf vertelde me eens dat, in zijn ogen, een goede foto het oog op de foto rondstuurt en vasthoudt. Het oog mag niet van de foto aflopen was zijn visie. Probeer te spelen met lijnen. Kijk hoe ze door het beeld lopen en waar ze eventueel samenkomen.

Zorg voor 'actieve' ruimte in je foto

Plaats bij een actiefoto het bewegende object niet ín, maar vóór het midden van de foto. De ruimte voor het bewegende object wordt zo onderdeel van de beweging. Deze ruimte wordt ook wel 'actieve ruimte' genoemd. Het geeft het voorwerp letterlijk ruimte en richting om naar toe te bewegen.

standpunt

Overweeg eens een ander standpunt bij het maken van een foto. Een foto kan interessanter worden wanneer het het wordt gemaakt vanuit een ongewone hoek. Ga bijvoorbeeld eens liggen en kijk van onderen naar het onderwerp. Dit standpunt maakt het onderwerp groter en werkt goed bij het fotograferen van huisdieren of kinderen. Ook kan je proberen juist een hoger gezichtspunt in te nemen.

Gebruik een statief

Het gebruik van een goed en stevig statief verhoogt het aantal scherpe foto's aanzienlijk. De kleinste trilling is voldoende om een foto minder scherp te maken. Zeker bij het gebruik van langere sluitertijden tijdens ochtend- en avondlicht. Ook bij landschapsfotografie is een statief wenselijk. Voor een grote scherptediepte heb je vaak een langere sluitertijd nodig en dan is fotograferen vanuit de hand erg moeilijk.

Voorgrond in een landschapsfoto

Een (bijzonder) object op de voorgrond van een landschapsfoto zorgt voor diepte. Door het gebruik van een groothoeklens kun je dichtbij het object komen en toch een flink landschap op de foto zetten. Kies ook een klein diafragma f/16 of f/22 waardoor je een grotere scherptediepte in je foto krijgt. Overigens is het gebruik van een groothoeklens niet altijd nodig. Probeer niet zoveel mogelijk op een foto te krijgen maar concentreer je op de belangrijkste onderwerpen. Hoe rustiger een foto is hoe overzichtelijker en vaak fijner om naar te kijken.

zonsondergang

Zonsondergangen met mooi oranjerood licht zijn geliefde momenten om te fotograferen. Eenmaal thuisgekomen vallen de foto's geregeld tegen. De kleuren zijn flets of de foto overbelicht. Zorg er in de eerste plaats voor dat je bij het instellen van de belichting de ondergaande zon zelf niet in beeld hebt. Daarnaast corrigeren veel fototoestellen zelf de belichting van de foto's ook wanneer dit niet gewenst is. Zet, indien mogelijk, bij het fotograferen van zonsondergangen de witbalans op daglicht en niet op automatisch.  

Gelaagdheid

Landschapsfoto's krijgen ook diepte door gelaagdheid. Onderwerpen op de voorgrond zijn donkerder dan onderwerpen op de achtergrond. Bomenrijen, gebouwen of heuvels die voor elkaar staan geven het effect van coulissen waardoor diepte in de foto wordt gebracht. Dit effect is vooral mooi bij ochtend- en avondlicht en mistige ochtenden.